Porno in de klas... En nu?

Kinderen zijn nieuwsgierige wezens. Dat ze op internet naar grappige of spannende onderwerpen zoeken, is te verwachten. Dat doen ze thuis, maar op een onbewaakt ogenblik ook in de klas. Zoals Boris (9) uit Amsterdam. Hij keek porno in de klas. Hoe reageer je daarop als school?

Boris zit op school achter de computer. Samen met een vriendje tikt hij de woorden ‘seks’, ‘porno’ en ‘naakt’ in. De leerkracht – er staat die dag een invaljuf voor de klas – is op dat moment even niet in het lokaal. Met andere klasgenoten bekijkt Boris de plaatjes die op het scherm verschijnen. De kinderen schrikken van wat ze zien – de beelden roepen veel vragen bij hen op. ’s Avonds wil Boris er met zijn ouders over praten. Zij zijn blij dat hij hiermee naar hen is toegekomen en besluiten de kwestie aan de vaste juf voor te leggen.

Donderpreek. De vaste juf neemt het verhaal van Boris’ ouders serieus en bespreekt het voorval klassikaal met alle leerlingen. Die middag roept de invaljuf Boris en zijn vriendje zelf ook nog even naar de gang en spreekt ze vermanend toe over het voorval. Boris vertelt dit thuis aan zijn ouders, die daarop de vaste juf weer aanspreken. Zij vinden dat een donderpreek niet bijdraagt aan verantwoord computergebruik. De juf oppert dat de computers misschien uit moeten als ze de klas verlaat of dat er een filter op de zoekmachine moet komen. Wel geldt er in de klas al een regel, vertelt ze: als je een seksplaatje tegenkomt, moet je het melden bij de juf. Bij navraag blijkt Boris die regel niet te kennen.

Protocol. Boris’ ouders kloppen aan bij de schooldirectie. In een gesprek wordt al snel duidelijk dat de school geen eenduidig protocol heeft als het gaat om verantwoord computergebruik of het bekijken van porno in de klas. De invaljuf die bij het voorval is betrokken, is niet bij het gesprek aanwezig. Wel heeft ze de jongens haar excuses aangeboden omdat ze boos op hen is geworden.

Reactie van de schooldirecteur. “Dit soort incidenten willen we in de toekomst eenduidig en op een verantwoorde manier afhandelen. Inmiddels hebben we dan ook een plan van aanpak gemaakt. De invaljuf is erg geschrokken van het voorval en vanuit die emotie heeft ze de jongens streng toegesproken. We grijpen de gebeurtenissen aan als leermoment. Zo moeten we de afspraken rond computergebruik jaarlijks herhalen en duidelijker kenbaar maken aan de leerlingen. Er is binnen ons schoolbestuur een algemeen internetprotocol en we willen dat terugbrengen naar een protocol dat past bij onze school. We zijn nog advies aan het inwinnen over het eventuele gebruik van een filter en het maken van afspraken met leerlingen.”

Advies van collega-directeuren. Basisschool De Schakel in Broekhuizenvorst heeft sinds 2008 een internetprotocol. Bart Mous, directeur van De Schakel: “Wij hebben nog nooit te maken gehad met dit soort incidenten. Je kunt natuurlijk niet alles voorkomen, maar het is vooral belangrijk om met het kind en de ouders in gesprek te gaan als zoiets zich voordoet. Je moet het niet te groot maken of bestraffen, want dat maakt het interessant voor kinderen en dan gaan ze er juist naar zoeken."

"Met een internetprotocol weet je hoe te handelen als zoiets zich voordoet en daarmee voorkom je misschien ook een paniekreactie. Belangrijk bij het opstellen van een protocol is ook dat je het jaarlijks met het team, de ouders en de kinderen bespreekt, zodat de afspraken voor iedereen duidelijk zijn. In ons protocol staat dat we het liefst willen dat leerlingen op internet zoeken met DAVINDI, de zoekmachine van Kennisnet. In de praktijk werken kinderen vaker met Google of Yahoo. Thuis zoeken ze daar ook mee, dus wij willen ze ook leren daar goed mee om te gaan.”

Bij Esther Dijkstra, directeur van basisschool de Brug in Akersloot, is het internetprotocol onderdeel van het gedragsprotocol en het veiligheidsbeleid: “Het hangt in de klassen die gebruikmaken van internet en leerlingen ondertekenen de regels individueel. Samen met de bibliotheekmedewerkers zijn we momenteel een leerlijn voor mediawijsheid aan het opzetten om de leerlingen gezond gedrag aan te leren ten aanzien van het internet. "Als er bij ons op school een incident plaatsvindt, nemen we direct contact op met de ouders van de betrokken kinderen, maar als de situatie daarom vraagt, informeren we ook de andere ouders van de groep via een e-mailing. Zo kan er thuis ook gesproken worden over wat er is gebeurd en ontstaan er geen ‘spookverhalen’. Daarnaast vind ik het belangrijk dat je het betrokken kind laat meepraten en betrekt bij de oplossing. Van ouders krijgen wij positieve reacties over deze manier van communiceren en het oplossen van problemen.”

Technologie slim inzetten? SPEYK is ICT kennispartner & dienstverlener voor het onderwijs. Technologie slim inzetten met oog op kostenbeheersing, dat is ons motto! Ondersteunend aan een protocol voor computergedrag kan je bijvoorbeeld de Web Filter van Barracuda Networks inzetten. Je houdt zo je netwerk veilig van spyware, virussen en andere malware. Social Media kan je ook monitoren. Denk bijvoorbeeld aan pestgedrag via deze kanalen signaleren en bestrijden. En je houdt kind onvriendelijke content buiten de school. Oftewel, een zeer geavanceerde oplossing die ook nog eens betaalbaar is. Onze tip! Meer weten?